Tijdsbesteding aan televisie en audio

De radio beleefde zijn hoogtijdagen in de periode voordat de televisie brede ingang vond. Uiteindelijk moest de radio als belangrijkste medium voor informatie en vermaak zijn plaats afstaan aan de televisie.

Het SCP registreert al vanaf 1975 de tijd die men aan televisie en audio (radio/geluidsdragers) besteedt. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen kijken naar de televisie, c.q. luisteren naar audio, als hoofdactiviteit (de belangrijkste activiteit die mensen in een bepaalde tijdsperiode hebben verricht) en het kijken of luisteren als nevenactiviteit (bij een andere hoofdactiviteit). In 2006 en 2011 is dit onderzoek herhaald, zij het dat in dit onderzoek alleen de hoofdactiviteiten zijn gemeten.

Hoofdactiviteit
Al bij de eerste metingen van de aan televisie en audio bestede tijd bleek dat televisie kijken als hoofdactiviteit hoog boven het luisteren naar audio uittorende. In de loop van de jaren nam het luisteren naar audio als hoofdactiviteit verder af. In 2011 werd audio nog maar 0,3 uur per week gebruikt als hoofdactiviteit.

 tv en audio hoofdactiviteit

Het gebruik van de televisie als hoofdactiviteit steeg van 10,2 uur in 1975 naar 12,4 uur per week in 2000. De televisie moest daarna kijktijd prijs geven en viel weer terug naar het niveau van begin jaren 80 van de vorige eeuw. In de jaren negentig werd het aantal televisiezenders uitgebreid, hetgeen resulteerde in een lichte stijging van de kijktijd. Vanaf 2000 daalde de tijd besteed aan televisie kijken.
In 2006 en 2011lag de kijktijd weer hoger; mogelijk was er sprake van een tijdelijke dip (zie ook Huishoudens op breedband internet).

Nevenactiviteit
Al bij de eerste metingen van de aan televisie en audio bestede tijd bleek dat televisie kijken als hoofdactiviteit hoog uittorende boven het luisteren naar audio. In de loop van de jaren nam het luisteren naar audio als hoofdactiviteit verder af. In 2011 werd audio als hoofdactiviteit nog maar 0,3 uur per week gebruikt.

Terwijl het luisteren naar audio als hoofdactiviteit daalde, steeg het kijken naar de televisie als hoofdactiviteit. In de jaren negentig werd het aantal televisiezenders uitgebreid, hetgeen resulteerde in een lichte stijging van de kijktijd. Het gebruik van de televisie als hoofdactiviteit steeg bijna onafgebroken. Het televisiegebruik in het jaar 2005 valt lager uit. In 2006 en 2011 lag de kijktijd weer hoger; mogelijk was er sprake van een tijdelijke dip. 

televisie kijken (incl. video/dvd) als nevenactiviteit

Televisie kijken naar opleidingsniveau
Het aantal uren per week dat er naar de televisie wordt gekeken, hangt samen met het opleidingsniveau. Opvallend is dat de tijdsbesteding aan televisie voor alle drie de opleidingsniveaus in de verslagperiode eenzelfde patroon laat zien. Zowel de stijging in de jaren tot ca. 1995 als de daling tussen 2000 en 2005 treden in de drie opleidingsniveaus min of meer gelijk op. De toename van de kijktijd in de periode 1975 tot ca. 1995 heeft waarschijnlijk te maken met de toename van zowel het aantal zenders als de zendtijd. In 2006 en 2011 lag de kijktijd weer hoger; mogelijk was er sprake van een tijdelijke dip.

  Televisie en video kijken naar opleidingsniveau