Betaald parttime werkenden naar leeftijd en geslacht

In de periode 2000-2009 nam het aantal werkenden in bijna alle leeftijdsklassen toe. Het aantal parttimers steeg in de verslagperiode met 33%, zowel bij de mannen als bij de vrouwen. 

De relatief grootste toename vond plaats onder de hoogste leeftijdsgroepen (55-65 jaar), zowel bij mannen als bij vrouwen. Aan het eind van de verslagperiode werkten bijna 3 miljoen mensen parttime.

Mannen  
Het aantal parttime werkende mannen (15 tot 65 jaar) nam in de verslagperiode toe in alle leeftijdsgroepen. In totaal steeg het van 0,5 naar 0,7 miljoen. De procentueel grootste toename kwam voor in de groep van 55-65 jaar (+79%), hierna volgde de groep 15- tot 25-jarigen (+ 42%).

 grafiek betaalde parttime werkende mannen

De grootte van de verschillende leeftijdsgroepen kan in de tijd variëren. Daarom wordt daarvoor in de tekst hieronder gecompenseerd.

  • 15-25 jaar. De groep parttime werkende mannen van 15-25 jaar nam toe met 42%, van 124.000 naar 176.000. De bevolking steeg met 6%. Daaruit resulteert een afname in de netto parttime arbeidsparticipatie: -36%.
  • 25-35 jaar. In deze groep steeg de netto parttime arbeidsparticipatie: +34%.
  • 35-40 jaar. Ook in deze groep steeg de netto parttime arbeidsparticipatie: +15%.
  • 45-55 jaar. De netto parttime arbeidsparticipatie steeg: +18%.
  • 55-65 jaar. Bij de groep parttime werkende babyboomers steeg de netto arbeidsparticipatie: +45%.

Vrouwen 
Het aantal parttime werkende vrouwen (15 tot 65 jaar) nam in de verslagperiode in alle leeftijdsgroepen toe, van 1,7 naar 2,3 miljoen.

NB. De bij de leeftijdsgroepen genoemde percentages kunnen zijn beïnvloed door toe- of afname van het aantal werkenden in de jaargroepen. Dit wordt hierna uitgewerkt.

grafiek betaald parttime werkende vrouwen

  • 15-25 jaar. In de verslagperiode nam de bevolkingsgroep parttime werkende vrouwen van 15-25 jaar toe met 38%. De bevolking steeg met 7%. Daardoor komt netto parttime arbeidsparticipatie uit op +31%.
  • 25-35 jaar. In deze groep steeg de netto parttime arbeidsparticipatie met +18%.
  • 35-40 jaar. Ook in deze groep steeg de netto parttime arbeidsparticipatie, met +27% .
  • 45-55 jaar. In de groep 45-55 jaar steeg de part time arbeidsparticipatie met +46%.
  • 55-65 jaar. Net als bij de fulltime werkenden steeg de groep parttime werkende vrouwelijke babyboomers met een zeer hoog percentage: +145%. De totale groep vrouwelijke babyboomers steeg met 33%, waardoor de toename van de netto arbeidsparticipatie in deze groep uitkomt op +112%.