Vestigingen, servicepunten, enz.

De openbare bibliotheken hebben met hun vestigingen, hun servicepunten, zelfbedieningsbibliotheken en bibliobushaltes een brede spreiding over het land.

Echter, als gevolg van de door het Rijk aan gemeenten en provincies opgelegde bezuinigingen staan veel bibliotheken voor forse ingrepen. In veel gevallen zijn de door de gemeente gewenste bezuinigingen zo hoog dat een aantal bibliotheken een of meer vestigingen of andere bibliotheeklocaties (moeten) sluiten.

Vestigingen Jaarlijks wordt een inventarisatie gemaakt van de fysieke vestigingen en servicepunten van bibliotheken. Vanaf eind 2012 wordt de inventarisatie gedaan op basis van de adresgegevens in G!DS. De peildatum is het einde van het verslagjaar.

vestigingen, servicepunten

In de tijd van de Bibliotheekvernieuwing (2000-2007) is het aantal bibliotheekorganisaties aanzienlijk verminderd. De fysieke aanwezigheid van de bibliotheek, gemeten naar het aantal vestigingen en servicepunten samen,  varieerde in die periode. In 2002 bereikte het totaal aantal vestigingen plus servicepunten met 1130 het hoogste punt van de verslagperiode.

Het aantal vestigingen en servicepunten samen was eind 2014 teruggelopen tot 1011. Het is aannemelijk dat deze afname te maken heeft met bezuinigingen door bibliotheken. Ook is het aantal servicepunten in 2014 afgenomen, tot 209.

Een vestiging biedt volgens de Certificeringsnormen het volgende dienstverleningsniveau:
- openingsuren minimaal 15 uur per week;
- digitale toegang tot de gehele collectie en activiteitenaanbod;
- vraagbemiddeling;
- culturele/literaire activiteiten;
- aanbod voor scholieren/instellingen passend bij de keuzes die gemaakt zijn in het spreidings- en
-  marketingbeleid;
- studiemogelijkheden.

Servicepunten
Een servicepunt biedt beperktere mogelijkheden dan een vestiging. Een servicepunt biedt minimaal het volgende dienstverleningsniveau:
- is minimaal 4 uur per week open;
- biedt digitale toegang tot het totale activiteitenaanbod;
- voorziet in vraagbemiddeling (zowel persoonlijk als via internet).

Miniservicepunten en kleiner
In kleine kernen betekent de sluiting van een bibliotheekvestiging voor een deel van de inwoners dat zij geen bibliotheekvoorziening meer binnen hun bereik hebben. In dergelijke gevallen kan de bibliotheek kiezen voor een of meer geheel of tijdelijk onbemande bibliotheekvoorziening. Deze oplossing is relatief nieuw. Dergelijke zelfbedieningsbibliotheken hebben een relatief kleine collectie met soms juist relatief ruime openingstijden, dankzij de inzet van technologie. Er wordt onderscheid gemaakt op basis van het aantal uren dat de voorziening bemand is. Een bibliotheekvoorziening die maximaal 4 uur per week bemand is wordt miniservicepunt genoemd. Eind 2012 werden 105 miniservicepunten geteld.
Eind 2014 was het aantal miniservicepunten gedaald tot 59 (bron: GIDS). 

Daarnaast is er nog een restgroep. Deze groep bestaat uit zelfbedieningsbibliotheken die minder dan 4 uur per week bemand zijn, of zelfs geheel onbemand zijn. In 2014 was het onbemande zelfbedieningsbibliotheken teruggelopen tot 4. Wel zien we een stijgende lijn in het aantal afhaalpunten voor bibliotheken. Deze zijn in 2013 voor het eerst geteld: het betroffen er toen 14. In 2014 was dit aantal al opgelopen tot 31 (bron: GIDS).

Bibliobussen
Een groot aantal openbare bibliotheken heeft (of maakt gebruik van) een of meer bibliobussen. Bibliobussen bieden diensten aan in de vorm van collecties (boeken, vaak ook dvd’s, tijdschriften en speelleermateriaal). De inzet van bibliobussen vergroot de spreiding van de openbare bibliotheek, vooral in landelijke gebieden en in wijken van steden. Daarnaast worden bibliobussen ingezet bij scholen.

Het aantal bibliobushaltes neemt af. In 2003 stopte 60% van de bibliobussen in met name landelijke gebieden (uit: Stalpers: De Bibliobus in beeld 2005, onderzoek over 2003). Dit rapport was gebaseerd op gegevens over 60 bussen, die elk gemiddeld 25 halteplaatsen aandeden Het aantal halteplaatsen kwam daardoor op minimaal 1500. In 2009 was het aantal halteplaatsen 1317. In 2010 was het aantal halteplaatsen teruggelopen tot 927. In 2011 was dat wederom verminderd tot 855 (bron: VOB).
Eind 2012 waren er nog 26 bibliobussen die in totaal 499 halteplaatsen aandeden Eind 2014 was het aantal bibliobussen gedaald tot 16. Het aantal halteplaatsen dientengevolge ook af: tot 212 (bron: GIDS).

Nabijheid bibliotheekvoorzieningen
Het CBS heeft voor elke provincie de gemiddelde afstand over de weg berekend tussen de inwoners en de dichtstbijzijnde bibliotheekvestiging. Het gaat hier overigens alleen om de vestigingen. Servicepunten, miniservicepunten en halteplaatsen van bibliobussen, zijn niet meegenomen. Desondanks is de bibliotheek dicht in de buurt van de klant.

afstand vestiging

Bron: CBS Statline (2014)

De inwoners van Utrecht en Zuid-Holland woonden in 2014 gemiddeld het dichtst bij een vestiging van de bibliotheek: 1,5 km ervandaan. Ook in het minder dichtbevolkte Overwijssel waren de bibliotheken nabij: op gemiddeld 1,6 kilometer. De inwoners van de provincies Zeeland en Friesland moesten in dat jaar gemiddeld de meeste kilometers afleggen: bijna 3 kilometer tot de dichtstbijzijnde bibliotheekvestiging.