Lasten

 Bibliotheken geven het meest uit aan personeelskosten.

uitgaven bibliotheken

In de periode 2010-2020 vindt er een grote de uitstroom van personeel plaats. Een belangrijke oorzaak is gelegen in de leeftijdsopbouw van het huidige personeel. Er zijn relatief veel personeelsleden die in deze periode de (pre)pensioengerechtigde leeftijd zullen bereiken. Dit zal mogelijk tot gevolg hebben dat de uitgaven aan personeelskosten dalen, aangezien naar verwachting niet alle uitstromende personeelsleden vervangen zullen worden (ECABO 2010). Daarnaast kunnen bezuinigingen door gemeenten op het budget van de bibliotheek leiden tot extra uitstroom. Zie verder zie verder: Personeel: uitstroom.

De post huisvestingskosten is in grootte de tweede kostenpost. De huisvestingskosten stijgen sneller dan de inflatie. In de periode 2004 t/m 2012 bedroeg de inflatie cumulatief 14,8%. De huisvestingskosten stegen in dezelfde tijd met 28,5%, bijna een verdubbeling. Er is dus sprake van een inflatieonafhankelijke stijging van 13,7 procentpunt. Wellicht heeft deze stijging te maken met het feit dat in de genoemde periode een aantal bibliotheken meer of minder ingrijpende verbouwingen heeft laten uitvoeren, bijvoorbeeld wegens de aanschaf van zelfbedieningsbalies. En daarnaast zijn her en der nieuwe filialen of hoofdvestigingen geopend. 

Afdracht aan Stichting Leenrecht

De post Mediakosten (inkoop van uitleenklare materialen zoals boeken en dvd’s) is in grootte de derde kostenpost. Behalve voor de aankoop en verwerking van media, zoals boeken, wordt deze post ook gebruikt voor het bedrag dat via de Stichting Leenrecht wordt uitgekeerd aan rechthebbenden, zoals schrijvers.

De afbeelding laat zien dat de afdracht voor geschriften het hoogst is. De opvallende daling van de in 2012 van de geïncasseerde gelden bij de geschriften heeft te maken met het feit dat de Hoge Raad heeft uitgesproken dat bibliotheken niet hoeven te betalen voor het verlengen van een uitgeleend werk: “De  Nederlandse Auteurswet uitgaat van een vergoeding per uitlening, Hieruit volgt  dus niet dat een verlenging tot een hogere vergoeding leidt. Een verlenging leidt immers niet tot meerdere uitleningen”.

Na een opleving in 2013 neemt de afdracht aan multimedia af, net als die aan audio. De afdracht voor video/DVD stijgt daarentegen tot €1,7 miljoen. De totale afdracht over 2014 bedroeg €13,4 miljoen.