Bezuinigingen gemeenten op subsidies en bijdragen bibliotheken

Gemeenten zijn de voornaamste subsidiegever van de openbare bibliotheken. Verreweg het merendeel van de inkomsten van de openbare bibliotheken is afkomstig van de gemeente(n) in hun werkgebied.
Hoe zijn de inkomsten verdeeld en wat is het effect van de bezuinigingen op de inkomsten van bibliotheken? En wat is hun antwoord hierop?

Inkomsten bibliotheken
De inkomsten van bibliotheken bedroegen in 2012  € 606,5 miljoen. In dat jaar bestond iets meer dan 79% van de inkomsten van bibliotheken uit subsidies en bijdragen van de gemeente(n) in hun werkgebied.
Ter vergelijking: de subsidies en bijdragen van de provincies beliepen 7,0%. Daarnaast ontvingen bibliotheken rechtstreeks van de provincies 1,6%; subsidies uit andere bronnen maakten 0,6% uit. De inkomsten van gebruikers hadden een omvang van 12,2%. 
Zie ook baten.



Toelichting op de grafiek In de afbeelding zijn onder 'Overige subsidies en bijdragen' die bedragen genoemd die de bibliotheken als extra subsidie ontvangen. Hiertoe behoort ook een deel van de € 20 miljoen overheidsgeld voor digitale innovatie. Een groot deel van de genoemde € 20 miljoen wordt door andere organisaties ontvangen, zoals PSO’s en Bibliotheek.nl. Doordat deze organisaties niet tot de openbare bibliotheken worden gerekend, is dit deel van de geldstroom niet in de afbeelding opgenomen.

Bezuinigingen In 2010, 2011 en 2012 heeft SIOB onder de bibliotheken onderzoek gedaan naar de bezuinigingen door gemeenten. De drie onderzoeken sluiten op elkaar aan. Daardoor is het mogelijk trends te onderscheiden.

2009: opmaat naar bezuinigingen
In 2009 kwamen de eerste signalen naar buiten dat gemeenten zouden moeten bezuinigen als gevolg van de verlaging van de geldoverdracht van het rijk naar de gemeenten. Al snel werd duidelijk dat ook een aantal bibliotheken zou moeten bezuinigen, sommige zelfs al in 2010. De Vereniging van Openbare Bibliotheken heeft naar aanleiding daarvan in november/december 2009 een eerste onderzoek gedaan onder openbare bibliotheken (Röst 2010). Hieruit bleek dat bijna tweederde van de bibliotheken van hun gemeente(n) de aankondiging hadden gekregen dat zij in 2010 of later zouden bezuinigen. Ook werd duidelijk dat bibliotheken in de jaren na 2010 grotere bezuinigingen konden verwachten.

2010-2012: bezuinigingen worden vastgesteld
Het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) heeft in 2010, 2011 en 2012  nader onderzoek laten doen (Kasperkovitz 2010, Kasperkovitz 2011, Kasperkovitz 2012). Hieruit kwam naar voren dat een groot aantal bibliotheken geconfronteerd zouden worden met bezuinigingen in 2010 of later als gevolg van
vermindering van de subsidie door een of meer gemeenten in hun verzorgingsgebied. In 2010 had al 30% van de bibliotheken te maken met vastgestelde bezuinigingen voor 2011. De verwachting was dat de bezuinigingen in de volgende jaren in aantal en vooral omvang zouden toenemen. In het onderzoek van 2012 werd duidelijk dat inmiddels 80% van de bibliotheken te maken heeft met vastgestelde bezuinigingen.

Bibliotheken met vastgestelde bezuinigingen voor de komende jaren

Bibliotheken relatief sterk gekort Blijkens een onderzoek van de DSP-groep (Bogaart en Van der Horst 2011) bezuinigen gemeenten vooral op de bibliotheek. Na de bibliotheek komen cultuureducatie, amateurkunst, podia en podiumkunsten, musea en daarna de overige kunsten. In 2011 bezuinigt 49% van de gemeenten op kunst en cultuur. Tussen 2010 en 2016 bezuinigt 69% van de gemeenten op kunst en cultuur, evenals vrijwel alle provincies.

Effecten op de dienstverlening anno 2012: inspelen op de lokale situatie
Uit het onderzoek van Kasperkovitz (2012) blijkt dat in 2012 ongeveer de helft van de bibliotheken kiest voor een kwalitatief hoogwaardige centrale bibliotheek. In de komende jaren gaat men hiervoor vestigingen afstoten.  En bijna 70% van de bibliotheken ontwikkelt de komende jaren nieuwe concepten waarmee de bibliotheek de bibliotheekfunctie een nieuwe vorm wil geven. 9% van de bibliotheken heeft dit al gedaan. Dit past bij de ontwikkeling van de geïntegreerde bibliotheek. Deze maakt het de klant mogelijk gebruik te maken van zowel de fysieke, als de digitale diensten van de bibliotheek. Samen zullen zij één collectie vormen.
Andere bibliotheken kiezen voor het omgekeerde model: deze bibliotheken willen juist een zo groot mogelijke spreiding behouden. Dit betreft vaak bibliotheken in landelijke streken, waar de bibliotheek mede een rol kan spelen om de leefbaarheid op peil te houden. Overigens kunnen ook deze klanten gebruik maken van de hierboven genoemde geïntegreerde bibliotheek.

Aantal bibliotheken waar in 2010 of 2011 de dienstverlening verminderd is

In de periode 2010-2012 heeft 8% van de bibliotheken een of meer vestigingen gesloten. Dit aantal ligt veel lager dan de verwachting was in 2010: bijna 20% van de bibliotheken verwachtte toen vestigingen te moeten sluiten. Gezien het feit dat aan het sluiten van een vestiging een vaak langdurig besluitvormingsproces vooraf gaat, is het nog ongewis hoe dit aspect  in de komende tijd zal uitpakken. Het zwaartepunt van de bezuinigingen ten aanzien van het aantal vestigingen wordt pas vanaf 2012 verwacht. Waar vestigingen verdwijnen, proberen bibliotheken toch vaak een alternatief te voorzien voor in ieder geval de uitleen: ruim een derde van de bibliotheken verwacht  in de komende jaren vestigingen te vervangen door zelfbedieningsbibliotheken of heeft dit al gedaan.
Investeringen in gebouwen werden verminderd bij 6% van de bibliotheken.
Circa een vierde van de bibliotheken heeft  het aantal openingsuren teruggebracht. Dit is voor een deel te verklaren uit het sluiten van vestigingen.
Een groot aantal bibliotheken bezuinigde op het personeel, vooral op het personeel in de frontoffice. De verkleining van de collectie, die al een aantal jaren aan de gang was, werd voortgezet. Bij een derde van de bibliotheken werden de tarieven verhoogd. Activiteiten werden in 14% van de bibliotheken verminderd.

De helft van de bibliotheken concentreert zich op de taken lezen en leesbevordering. Andere taken worden alleen uitgevoerd als er externe financiering voor beschikbaar is. 43% van de bibliotheken kiest er juist bewust voor om taken zoals ontmoeting en cultuur niet af te stoten.