Leesbevordering

Nederland wil behoren tot de vijf belangrijkste kennislanden. Nederland staat op het gebied van leesvaardigheid op de achtste plaats (2010). Denemarken en Zweden delen de eerste plaats. Als in Nederland meer mensen beter gaan lezen, zou Nederland in de rangorde kunnen stijgen.

Uit onderzoek blijkt dat in Nederland kinderen van 13 jaar en jonger al regelmatig worden voorgelezen. Zestig procent van de ouders leest dagelijks voor en nog eens twintig procent doet dat een paar keer per week. De moeder leest het vaakst voor bij 65% van de gezinnen, en de vader het vaakst bij 8%. In 17% van de gezinnen lezen beide ouders even vaak voor.
De gemiddelde leesduur ligt tussen 5 en 10 minuten bij 40% van de ouders. Bij nog eens 40% van de ouders is de leesduur tussen 10 en 15 minuten. 11% leest tussen 15 en 20 minuten voor.

Kunst van Lezen is een leesbevorderingsprogramma dat door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is opgezet om kinderen al op jonge leeftijd in contact te brengen met lezen en literatuur.
De uitvoering  van Kunst van Lezen ligt in handen van Stichting Lezen en het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB). Eind 2012 is de Leescoalitie opgericht. Deze bestaat uit Stichting Lezen, de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB), Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) en Stichting Lezen & Schrijven. Deze landelijke spelers op het gebied van leesbevordering bundelen de komende jaren hun krachten om zoveel mogelijk mensen aan te zetten tot lezen en voorlezen.  Dit onder het motto: Wij gaan (voor)lezen. De nieuw opgerichte Leescoalitie heeft 2013 tot Jaar van het Voorlezen uitgeroepen.

Kunst van Lezen bestaat uit drie onderdelen. Deze zijn gericht op versterking van de doorlopende leeslijn voor kinderen van 0-18 jaar. Zij sluiten zoveel mogelijk aan bij instellingen voor opvoeding en onderwijs.

1. Met de eerste programmalijn BoekStart wil men kinderen al vroeg (van 0-4 jaar) en hun ouders met boeken en lezen in aanraking brengen door ze actief te binden aan de lokale bibliotheek. Uit gegevens over het Britse Bookstart, dat al in 1992 werd gestart, is gebleken dat kinderen die als baby al worden voorgelezen niet alleen met een voorsprong het aanvankelijke lees- en taalonderwijs starten, maar dat ze deze voorsprong ook gedurende hun hele schoolloopbaan weten te behouden. Onderzoek wijst uit dat bij baby’s van 0-2 jaar de taalontwikkeling extra wordt gestimuleerd als de voorlezer bij het lezen ook gebaren maakt.

Boekstart: samenwerking met kinderopvang; meerdere antwoorden mogelijk

In Nederland is BoekStart in januari 2009 begonnen in een viertal gemeenten. Boekstart wordt door ouders positief ontvangen: in 2010 haalde 40% van de ouders met een baby van 3 maanden binnen 1 jaar het koffertje op, en maakte daarmee de baby automatisch lid van de bibliotheek. In datzelfde jaar zijn de eerste pilots van BoekStart in de kinderopvang van start gegaan.
Eind 2011 deden al 136 bibliotheekorganisaties (83%) mee met 720 vestigingen. In dat jaar werden ca. 32.000 babyleden bij de bibliotheken aangemeld. In 2012 werden nog eens  ca. 36.000 baby’s lid van de bibliotheek. In 2013 zijn circa 54.000 koffertjes opgehaald (bron: Boekstart voor professionals). Dit betekent dat in  2013 ca. 54.000 baby’s lid zijn geworden van de bibliotheek.

In 2013 werd het aantal vestigingen per gemeente geteld. Tevens werd het aantal BoekStartvestigingen
vastgelegd. Binnen het bedieningsgebied van de bibliotheken die aan het onderzoek hebben meegewerkt was het aandeel Boekstartvestigingen per gemeente 89%. Dit aandeel was niet afhankelijk van de grootte van de gemeente.

Het aandeel afgehaalde koffertjes ten opzichte van de totaal uitgestuurde brieven is in de periode 2009 – 2013 toegenomen van 29% naar 40%. Ruim driekwart van de bibliotheekmedewerkers gaf aan dat de BoeksTart voor baby’s en/of de kinderopvang was opgenomen in de begroting van de bibliotheek. De bibliotheek werkt vooral samen met het consultatiebureaus en met de gemeente. Kinderdagverblijven en peuterspeelzalen staan op de derde en vierde plaats. Overigens staat de boekhandel met 24% op de vijfde
plaats.
Ouderbijeenkomsten vinden met meer of minder grote tussenposen plaats: van eens per maand tot minder dan 1 keer per jaar.

 Samenwerking op het gebied van mediawijsheid

Resultaten Uit de tussenresultaten (april 2012) van een langlopend onderzoek van de Universiteit Leiden blijkt o.a. dat: BoekStartouders meer voorlezen, vaker  naar de bibliotheek gaan, meer praten tegen hun kind en gevarieerdere woorden gebruiken.  Daarnaast blijven BoekStartouders van kinderen met moeilijk gedrag vaker voorlezen, ook als het kind moeilijk gedrag vertoont.
Wat de BoekStartkinderen betreft: zij willen vaker voorgelezen worden en kijken minder televisie. Zie ook Stichting Lezen.

2. De tweede programmalijn de Bibliotheek op school (dBos) vindt plaats in een nauwe samenwerking tussen bibliotheken en scholen. Dit heeft geleid tot een succesvolle aanpak en ondersteuning door  PSO’s,  lokale bibliotheken en basisscholen. Het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken en Stichting Lezen stimuleren deze tendens door het inzetten van een landelijk overdraagbaar model de Bibliotheek op school (dBos). De bibliotheken ontwikkelen het model samen met de scholen.
Het project werd in eerste instantie gericht op de basisscholen. In 2012 is het project uitgebreid naar het voortgezet onderwijs: de Bibliotheek op school. Kunst van Lezen ondersteunt dit met inzet van mensen en middelen. Een speciaal team is in 2012 aangesteld om de Bibliotheek op school PO uit te werken. De aanpak is gepresenteerd aan het onderwijs op de NOT in januari 2013. Vanaf dat jaar wordt de strategische coördinatie van de Bibliotheek op school uitgevoerd door Kunst van Lezen. De Bibliotheek op school adviseert en ondersteunt middels een leesconsulent van de bibliotheek de scholen bij het opbouwen van een actuele en aantrekkelijke schoolbibliotheek. De toolkit voor bibliotheken is in maart 2013  verrijkt met een Collectieplan (versie 2) voor schoolbibliotheken.

Met de Monitor de Bibliotheek Op School  wordt regelmatig gemeten wat de effecten zijn van de samenwerking tussen bibliotheek en school. De resultaten hieruit worden gebruikt om de samenwerking tussen school en bibliotheek te optimaliseren.

Op het gebied van leesbevordering  wordt op verschillende wijzen samengewerkt. Dit omvat onder andere: samenwerking op het gebied van o.a. beleid,  verbetering van de leerprestaties van de leerlingenlogistiek, organiseren van activiteiten voor leerlingen en activiteiten op het gebied van marketing en communicatie.

Samenwerking bibliotheek en school p het gebied van leesbevordering

In het kader van mediawijsheid werkt de bibliotheek samen met scholen op beleidsmatig gebied, bij het verbeteren van de mediawijsheid van leerlingen en de inbedding ervan in het onderwijs. Naast het organiseren van activiteiten voor scholen werken scholen ook samen met de bibliotheek aan het mediaplan.



Tevens werkt de bibliotheek samen met de scholen aan collectie, logistiek, en marketing en communicatie.

bibliotheek op school collectie

Opleiding Binnen de Bibliotheek op school zijn zes opleidingen: Leesconsulent mbo, Onderwijsspecialist hbo, Informatievaardigheden mbo en hbo en Didactiek in de praktijk voor mbo en hbo.

Overige resultaten In de jaarpeiling van 2012 is gebleken dat het aantal jeugdleden op de desbetreffende scholen na invoering van de Bibliotheek op school - primair onderwijs met gemiddeld 65% toeneemt. Tegelijkertijd neemt het aantal uitleningen toe  met gemiddeld 115%.

Aan de jaarpeiling van 2013 hebben 105 basisbibliotheken meegewerkt. In het werkgebied van de deelnemende bibliotheken werd 70% van de  basisscholen bereikt (in 2012 was dat 69%).

De meewerkende scholen dragen gemiddeld € 1,5 per leerling per jaar bij. Bijna alle bibliotheken adviseren leerkrachten bij leesbevorderingsactiviteiten (2012: 58%, was in 2013: 38%. Meer informatie is te vinden in: Samenwerking openbare bibliotheken en basisscholen, Rapportage jaarpeiling de Bibliotheek op School 1-meting 2013 en debibliotheekopschool.

3. De derde programmalijn betreft Leesbevorderingsnetwerken. In het voorjaar van 2011 zijn twee publicaties uitgekomen: Het plezier in lezen staat voorop en Werken aan netwerken over strategische netwerkvorming. Verder is er een advies uitgebracht voor directies, waarin aangeven wordt welke stappen gezet moeten worden om deel te nemen aan het gremium de Lokale Educatieve Agenda. Ook is er een verslag van de proeven met het opzetten van leesbevorderingsnetwerken in de zuidelijke provincies en in Flevoland. Meer informatie over leesbevorderingsnetwerken staat hier.

Campagne strategische leesbevorderingsnetwerken Bibliotheken zoeken in hun werkgebied samenwerking met organisaties die werkzaam zijn op het terrein van de leesbevordering of  hieraan kunnen bijdragen. Met directies van kinderopvang, schoolbesturen, wethouders, raadsleden en gemeenteambtenaren wordt contact gezocht om hen te overtuigen van de maatschappelijke toegevoegde waarde van bibliotheken op het terrein van leesbevordering.  In de brochure Werken aan Netwerken- krijgen managers en beleidsmedewerkers handvatten aangereikt om op organisatieniveau verder te komen met bestaande netwerken of het initiatief te nemen tot een leesbevorderingsnetwerk.

Zie ook: Waardering bibliotheek met daarin o.a. leesattitude en bibliotheekbezoek.