Lidmaatschap van bibliotheken

De bibliotheek is voor iedereen toegankelijk. Wie in een openbare bibliotheek boeken of andere materialen wil lenen, moet wel lid zijn. Ook kan men aan verschillende cursussen deelnemen en lezingen bijwonen.

Voor het lenen van boeken en andere materialen gelden speciale voorwaarden, die per bibliotheekorganisatie kunnen verschillen. Dit hangt samen met de lokale financiering van de bibliotheek door de gemeente. De subsidiërende gemeente(n) kunnen voorwaarden stellen aan hun bibliotheek met betrekking tot de contributie die verschillende doelgroepen moeten betalen. Zie voorts: Tarieven.

Aantal bibliotheekleden varieert



Bron: CBS

In de periode 2005 tot 2011 schommelde het aantal leden rond de 4 miljoen. Daarna zette zich een afname in: sinds 2011 is het aantal leden niet meer boven de 4 miljoen gekomen. In 2014 hadden 3,7 miljoen Nederlanders zich bij een bibliotheek ingeschreven. De teruggang in het aantal leden komt vooral door de afname van het aantal volwassen leden  (zie ook  Ledentallen volwassenen). Daarentegen steeg in deze periode het aantal jeugdleden (zie ook Ledentallen jeugd).

Mogelijke oorzaken voor de afname van het aantal volwassen leden worden gezocht in maatschappelijke ontwikkelingen, zoals veranderingen in de tijd besteed aan boeken en in een grotere arbeidsparticipatie van fulltime wekenden en parttime werkenden. Ook speelt naar verwachting de eenvoudige verkrijgbaarheid van e-books een rol. 

Hoe kan een bibliotheek meer leden aantrekken?
Over de oorzaak of oorzaken van een toe- of afname van het aantal leden valt over het algemeen niet veel te zeggen. De toename van het aantal jeugdleden vanaf 2011 vormt hierop een uitzondering. In 2011 werd in het kader van het programma Boekstart 30.000 kinderen van 0 tot 4 jaar lid van de bibliotheek. Daarmee is bijna 40% van de stijging van het aantal jeugdleden verklaard.

Ledenverloop in historisch perspectief
Het aantal leden van openbare bibliotheken wordt bijgehouden sinds 1950, met een korte onderbreking in de jaren 1996 t/m 1998. De grafiek laat zien dat de ledenaantallen in de periode 1950 t/m 1994 een langzame start zien, vervolgens een versnelling en daarna weer afremming. In diezelfde tijd steeg ook het aantal inwoners van Nederland, evenals het aantal vestigingen (zie ook Korte geschiedenis openbare bibliotheek: Intermezzo. De invoering van de Wet op het openbare bibliotheekwerk (1975) had een extra instroom van jeugdleden tot gevolg, doordat jongeren tot 18 jaar contributievrijdom kregen (Schneiders 1997).

Tot halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw nam het aantal leden vrijwel continu toe. De stijging van het aantal leden was veel groter dan de toename van het aantal inwoners. In de periode 1950 – 1994 nam het lidmaatschapspercentage fors toe van 2,4% tot 29,9%.

In de periode 1996-1998 vond er een omslag plaats. Er trad een daling op van het aantal leden. Tussen 2006 en 2012 leek het totaal aantal leden zich te stabiliseren. Echter, als de toename van de bevolking in die periode mede in ogenschouw wordt genomen, dan is er juist sprake van een afname. In 2012 was 23,7% van de Nederlandse bevolking lid van de bibliotheek tegenover bijna 30% in 1994. Vanaf 2012 zet deze afname verder door: in 2014 zijn 3,7 miljoen mensen ingeschreven bij de bibliotheek. 

 

Bron: CBS