Grijze leden

Naast mensen die zelf lid zijn, zijn er anderen die ‘meeliften’ op de pas van iemand anders, vaak een gezinslid. Deze personen worden wel aangeduid als ‘grijze leden’. 

Officieel zijn ze zelf geen lid, maar ze benutten wel de mogelijkheden die het lidmaatschap biedt. De figuur laat zien dat het sinds begin jaren tachtig van de vorige eeuw gaat om zo’n 5% van de bevolking vanaf 6 jaar.

 grijze leden

Persoonlijk gebruik betekent dat men wel eens boeken leent bij de openbare bibliotheek om deze zelf te lezen. Het lenen van andere materialen is hierin dus niet bij inbegrepen.

Behalve de grijze leden zijn er ook mensen die wel lid zijn, maar geen boeken lenen voor eigen gebruik, de 'nulleners'. In 1983 ging het om 2 procent van de bevolking. Sindsdien is dit percentage langzaam maar zeker gestegen, tot 6% in 2007. Het gaat om mensen die het belangrijk vinden om de bibliotheek als publieke voorziening financieel te steunen, maar ook om personen die door de dagelijkse beslommeringen niet of nauwelijks meer aan toe komen om naar de bibliotheek te gaan.

Het beeld wordt gecompleteerd door de leden die wel lenen, en de niet-leden die niet lenen. De eerste groep slinkt sinds midden jaren negentig van de vorige eeuw. De groep niet-lid, niet lenen heeft in de periode 1999-2007 zo'n 3 procentpunt aan omvang gewonnen.

NB. Het in de aanhef van dit artikel genoemde 5% 'grijze leden' ligt lager dan het door Stichting Marktonderzoek Boekenvak gevonden percentage grijsleners (juli 2011). Daaruit kwam dat 8% van de mensen wel eens een boek leende via het lidmaatschap van iemand anders. De verschillen tussen beide onderzoeken kunnen te maken hebben met het verschil in leeftijd van een deel van de geënqueteerden. Zo gaat het in het SMB-onderzoek om mensen van 13 jaar of ouder, terwijl het in het SCP/AVO-onderzoek werd gedaan onder mensen vanaf 6 jaar.

Zie ook Lidmaatschap van bibliotheken.