Uitleningen boeken jeugd

Het aantal uitleningen van jeugdboeken is in de verslagperiode gedaald. Dit geldt voor zowel de fictieboeken als de non-fictieboeken. Hoe staat met het leengedrag van de jeugd?

In 1999 leende een jeugdlid gemiddeld 29 jeugdboeken (fictie en non-fictie samen).
In 2012 was dit gedaald tot 18, een afname met 37%. Dit fenomeen wordt wel ontlezing genoemd. Er waren overigens ook enkele stijgingen.
De eerste stijging deed zich voor in 2006-2007. In 2008 daalde het aantal uitleningen sterk. Het CBS geeft aan dat de bibliotheken bij hun opgave over 2008  het aantal uitleningen hebben geschoond van verlengingen, waardoor het aantal uitleningen in 2008 lager is dan in 2007. Hiervoor is geen verklaring gevonden. Eenzelfde fenomeen deed zich voor in 2011. Ook toen was er geen verklaring voor.

Aantal geleende jeugdboeken
Net als bij de volwassenen nam ook bij de jeugd het aantal uitleningen van vooral non-fictieboeken af (zie ook Uitleningen boeken volwassenen). In de periode 1999-2012 daalden deze uitleningen met 44%. De daling van de uitlening fictieboeken was met 29% aanzienlijk lager. In 2011 steeg het aantal uitleningen fictieboeken. Dit heeft wellicht te maken met het feit dat het aantal jeugdleden alweer enige tijd aan het stijgen is.

In 1999 leende een jeugdlid gemiddeld 29 jeugdboeken (fictie en non-fictie samen). In 2011 was dit gedaald tot 20, een afname met 37%. Dit fenomeen wordt wel ontlezing genoemd. Vergeleken met de uitleen aan volwassenen (zie Uitleningen boeken volwassenen) valt op dat er per jeugdlid minder jeugdboeken worden geleend (20 tegenover 26 bij volwassenen).

Een verklaring voor de afname van het aantal door de jeugd geleende boeken zou kunnen zijn dat bibliotheken de omvang van hun collecties hebben teruggebracht. Tegen deze verklaring spreekt dat deze rationalisering van de collectie vooral betrekking heeft op boeken die al een jaar of langer niet meer uitgeleend waren en boeken waarvan meerdere exemplaren in de collectie aanwezig waren. De diversiteit van de collecties en daarmee de aantrekkelijkheid ervan heeft onder de rationalisering waarschijnlijk niet echt geleden.
Een meer plausibele verklaring is dat de jeugd meer vrijetijdsmogelijkheden heeft gekregen, en tegelijkertijd minder tijd voor de 'oude' activiteiten, vooral door de komst van internet als informatie- en vrijetijdsmedium.
Zeker onder jongeren en jongvolwassenen legt de informatieve collectie van de bibliotheek het qua gemak (openingstijden, erheen fietsen) af tegen internet, dat elk moment te raadplegen is. Zie ook Huishoudens breedband internet enTijdsbesteding aan internet.