Uitleningen boeken in historisch perspectief

Het aantal uitleningen bij alle openbare bibliotheken gezamenlijk wordt geregistreerd vanaf 1915.

In de grafiek is te zien dat het aantal uitleningen vanaf 1950 gelijkmatig stijgt. Tussen 1992 en 1998 ligt het aantal uitleningen boven 180 miljoen per jaar. Daarna zet een snelle daling in. In 2012 beliep het aantal uitleningen 39,7  miljoen.
In de grafiek is te zien dat vanaf ca. 1957 het aantal uitleningen relatief meer toeneemt dan het aantal leden. Ergens in de periode 1995-1999 treedt een omslag op: het aantal leden neemt relatief af (uitgezonderd overigens de jaren 2007 en 2009). Opvallend is dat het aantal uitleningen relatief nog meer afneemt.


 Uitleningen versus aantal leden, historisch

Het ligt voor de hand te veronderstellen dat de veranderingen inc het aantal uitleningen gerelateerd zijn aan veranderingen in het aantal leden. Immers, wie geen lid is, kan niet lenen. Een af- of toename van het aantal leden correspondeert dan met een even grote af- of toename van het aantal uitleningen.
Het aantal uitleningen blijkt evenwel níet rechtstreeks gelieerd te zijn aan het aantal leden. Zoals de figuur laat zien, is de relatieve daling in het aantal uitleningen vanaf medio jaren ’90 groter dan die in het aantal leden. Per lid worden er vanaf de jaren negentig minder materialen mee naar huis genomen.

Een mogelijke verklaring voor deze relatieve vermindering van het aantal uitleningen is dat dit te maken heeft met de veranderingen die zijn opgetreden in de tijdbesteding aan het lezen van boeken. Tussen 1995 en 2005 nam het aantal uren dat mensen van 12 jaar en ouder aan het lezen van boeken besteedden af met 16% (zie Tijdbesteding aan boeken). Echter, deze afname van de boekenleestijd heeft zich al in 1975 ingezet, terwijl ondertussen  het aantal uitleningen nog bleef stijgen. Een andere verklaring is gebaseerd op het feit dat bibliotheken sinds 1996 leenrecht moeten betalen voor het uitlenen van boeken (niet voor het inzien in de bibliotheek). Een aantal bibliotheken berekenen deze leenrechtkosten door aan hun leden. Het is voor te stellen dat in die bibliotheken leden vanwege de kosten kritischer zijn in het aantal boeken dat zij lenen. Echter, deze verklaring snijdt slechts hout voor de periode 1995-1999.